Naar de inhoud
Leermanager

Wat is e-learning?

E-learning is les die iemand achter een scherm volgt, op een moment dat hem uitkomt. Het woord dekt alles van een video van drie minuten tot een opleiding van een jaar, en dat is meteen de reden dat twee offertes voor 'een e-learning' een factor tien kunnen schelen.

Bijgewerkt 18 september 2026

Op deze pagina

De definitie, en waarom hij zo ruim is

E-learning is elke vorm van onderwijs waarbij de stof digitaal wordt aangeboden en de cursist zelf bepaalt wanneer hij hem doorloopt. Meer staat er niet in het begrip. Of het nu om een reeks lessen met een eindtoets gaat of om één instructievideo met drie vragen erachter: beide zijn e-learning.

Je komt drie schrijfwijzen tegen — e-learning, elearning en E-learning — en ze betekenen hetzelfde. In Nederlandse teksten is e-learning met streepje de gebruikelijke vorm. Het Nederlandse woord online leren dekt dezelfde lading; afstandsonderwijs is ouder en wordt meestal gebruikt voor volledige opleidingen zonder bijeenkomsten.

Dat die definitie zo ruim is, heeft een praktisch gevolg: als iemand je vraagt om "een e-learning te maken", weet je nog niet wat je moet bouwen. De vraag die daaronder zit is altijd één van deze twee: moeten mensen iets weten, of moeten we kunnen aantonen dat ze het weten. Het tweede vraagt een toets met een uitslag, een datum en een bewijs; het eerste niet.

Vier vormen die je in de praktijk tegenkomt

Bijna elke cursus is één van deze vier, of een combinatie. Ze verschillen in wat ze kosten om te maken en in wat ze van de cursist vragen.

Zelfstandig doorlopen (selfpaced)

Lessen in een vaste volgorde, een toets aan het eind, geen lesmoment. De cursist begint wanneer hij wil. Dit is wat de meeste mensen bedoelen met e-learning en het is de goedkoopste vorm om te herhalen: je maakt hem één keer en er kunnen er daarna honderd doorheen.

Blended: online plus bijeenkomst

De theorie online vooraf, het oefenen samen. Werkt goed zodra er iets geoefend moet worden dat je niet op een scherm leert. De verdeling staat in blended learning.

Live online les

Een bijeenkomst via een videoverbinding, op een vast tijdstip. Strikt genomen geen e-learning, want het moment ligt vast — maar het wordt er wel bij gerekend en het combineert prima met online voorwerk.

Microlearning

Korte brokken van vijf tot tien minuten, verspreid over weken. Zinvol bij stof die herhaald moet worden, zoals veiligheidsinstructie. Minder zinvol als iemand iets in één keer moet leren om ermee aan het werk te kunnen.

Waar e-learning ophoudt

Kennis overdragen, procedures uitleggen, begrippen aanleren en toetsen of het is blijven hangen: dat gaat online beter dan in een zaal, al was het maar omdat iedereen in zijn eigen tempo kan lezen en een moeilijk stuk kan overlezen.

Wat het niet doet:

  • Vaardigheden waar iemand bij moet meekijken. Een injectie zetten, een verband aanleggen, een lastig gesprek voeren. Je kunt het uitleggen en voordoen, maar de beoordeling of iemand het kán, vraagt een mens in dezelfde ruimte.
  • Twijfel wegnemen. Wie de stof niet gelooft of er iets bij denkt dat nergens staat, heeft een gesprek nodig. Een module kan alleen antwoorden op vragen die je vooraf had bedacht.
  • Motiveren. Een cursus die mensen moeten doen omdat het moet, wordt online net zo hard afgeraffeld als in een zaal — en online zie je niet dat het gebeurt. Voortgang bijhouden vertelt je wie er doorheen geklikt is, niet wie het meende.

De eerlijke conclusie is dat e-learning de eenrichtingsdelen van je cursus efficiënter maakt en de tweerichtingsdelen niet vervangt. Wie dat door elkaar haalt, bouwt een module die niemand serieus neemt.

Zelf een e-learningmodule maken

Uitbesteden is niet de enige weg. Voor stof die je zelf kent, is zelf schrijven sneller dan een bureau briefen — je bent de inhoudelijk deskundige, en dat is het dure deel.

  1. Schrijf eerst op wat iemand moet kunnen

    15 minuten

    Eén zin, en er staat een werkwoord in: 'na afloop weet een monteur wanneer hij de installatie mag inschakelen'. Zonder die zin schrijf je alles op wat je weet, en dat is altijd te veel.

  2. Maak de toets vóór de lessen

    1 uur

    Bedenk de vragen die bewijzen dat het doel gehaald is. Daarna weet je precies welke stof erin moet — en belangrijker, welke stof eruit kan. Dit draait de gebruikelijke volgorde om en scheelt de meeste tijd.

  3. Hak de stof in lessen van tien minuten

    2 tot 6 uur

    Eén onderwerp per les, en een les past op één scherm zonder eindeloos scrollen. Wie halverwege wegloopt, komt dan terug op een logisch punt in plaats van in het midden van een verhaal.

  4. Zet het in een leerplatform

    1 uur

    Tekst, beeld en vragen bij elkaar, met voortgang per cursist. Dit is het verschil tussen een cursus en een map met documenten: je ziet wie waar is en wie vastloopt.

  5. Laat twee mensen hem doorlopen vóór de rest

    1 week doorlooptijd

    Eén die de stof kent en één die er niets van weet. De eerste vindt de fouten, de tweede vindt de plekken waar je iets bekend veronderstelt. Dat tweede is wat je zelf nooit ziet.

Wat e-learning kost

Drie manieren om eraan te komen, met de ordegrootte die in Nederland gangbaar is voor één module van ongeveer een half uur. Vraag bij elke offerte wat er met de bronbestanden gebeurt — daar zit het verschil tussen eenmalige kosten en levenslange afhankelijkheid.

ManierKostenDoorlooptijdWanneer het past
Zelf schrijven in een leerplatformAbonnement, vaak tientallen euro's per maandEén tot drie dagen eigen werkJe kent de stof zelf en hij verandert regelmatig
Maatwerk bij een bureauEnkele duizenden tot tienduizenden euro'sZes tot twaalf wekenVideo, animatie of een grote doelgroep waar het er echt toe doet
Kant-en-klaar uit een catalogusPer cursist per jaarDirectAlgemene stof: AVG, brandveiligheid, Engels

Het duurste deel van maatwerk is zelden de techniek maar het inhoudelijke gesprek: iemand moet jouw kennis uit je hoofd krijgen en opschrijven. Dat is ook precies het deel dat je zelf al kunt.

E-learning en een leerplatform

Je kunt e-learning maken zonder platform — een pdf en een formulier komen een heel eind. Zodra je wilt weten wie wat gedaan heeft, houdt dat op. Dan heb je software nodig die lesmateriaal, toetsen en voortgang bij elkaar houdt; dat heet een LMS, en wat dat precies is staat in wat is een LMS.

Voor de keuze tussen platformen zijn er zeven vragen die het in de praktijk bepalen; die staan in een leerplatform kiezen. Ga je zelf schrijven, dan is lessen schrijven die mensen afmaken de praktische kant, en de vraag hoeveel procent goed moet zijn om te slagen staat in een slaagnorm bepalen.

Vragen hierover

Onderwijs waarbij de stof digitaal wordt aangeboden en de cursist zelf bepaalt wanneer hij hem doorloopt. Het zegt niets over de omvang: één instructievideo met drie vragen is het, een opleiding van een jaar ook.

Beide komen voor en betekenen hetzelfde. In Nederlandse teksten is e-learning met streepje gebruikelijk; elearning zie je vooral in Engelstalige bronnen en in domeinnamen.

Maatwerk bij een bureau loopt van enkele duizenden tot tienduizenden euro's per module, afhankelijk van video en animatie. Zelf schrijven in een leerplatform kost een abonnement plus één tot drie dagen eigen werk. Het verschil zit bijna nooit in de techniek maar in wie de inhoud opschrijft.

Reken op lessen van vijf tot tien minuten en een totale module van hooguit een half uur. Duurt de stof langer, maak er dan meerdere modules van met een eigen afronding, anders haakt een deel halverwege af zonder dat je het merkt.

In het dagelijks gebruik wel. Een verschil dat er soms toe doet: 'online cursus' wordt vaker gebruikt voor iets dat aan een onbekend publiek wordt verkocht, en 'e-learning' voor materiaal binnen een organisatie of een opleiding waar de deelnemers al bekend zijn.

Alleen als je kant-en-klare modules inkoopt bij een uitgever en die in je eigen platform wilt draaien. Schrijf je je materiaal zelf, dan is SCORM een standaard uit de jaren negentig die je niets oplevert en wel een hoop gedoe.

Dat hangt van het platform af en het is een vraag die je moet stellen vóór je bouwt. Een flink deel van de cursisten begint op een telefoon, en materiaal dat is opgemaakt voor een breed scherm — brede tabellen, pdf's, een video van tien minuten — valt daar het eerst om.

Verder lezen

Kijk eerst rond in een gevulde omgeving

De demo is een volledige omgeving met een echte cursus, twaalf cursisten en hun toetsresultaten. Je hoeft niets in te vullen.