Toetsen met 9 vraagtypen, 8 automatisch nagekeken
Een toets in Leermanager is een lijst vragen met een slaagnorm eronder. Acht van de negen vraagtypen worden bij het inleveren automatisch nagekeken; alleen open vragen komen bij jou terecht.
Bijgewerkt 14 september 2026
Op deze pagina
- De negen vraagtypen
- Wat moet je halen om de cursus te halen?
- Wat je per toets instelt
- Uitleg bij een vraag is de plek waar geleerd wordt
- Tijdens de toets weet de cursist waar die staat
- De volgorde van de vragen verzet je met twee knoppen
- Een vraag weghalen die al gemaakt is
- Wat er automatisch gebeurt bij het inleveren
- Vragen hierover
De negen vraagtypen
Elk type is er omdat een bepaald soort kennis er niet zonder kan. Een volgordevraag toetst iets anders dan een meerkeuzevraag, ook als de stof dezelfde is.
| Vraagtype | Wat de cursist doet | Nakijken |
|---|---|---|
| Eén antwoord | Kiest één van de opties. | Automatisch |
| Meerdere antwoorden | Vinkt alle juiste opties aan. Alles moet goed voor de punten. | Automatisch |
| Waar of niet waar | Kiest tussen twee opties. | Automatisch |
| Invulvraag | Typt een antwoord in. Jij bepaalt welke schrijfwijzen goed gerekend worden. | Automatisch |
| Zet in de juiste volgorde | Sleept stappen in de juiste orde. | Automatisch |
| Koppelen | Verbindt links met rechts. Alle paren moeten kloppen. | Automatisch |
| Sorteren in bakjes | Sleept elk begrip naar de juiste categorie. Op een telefoon werkt tikken net zo goed. | Automatisch |
| Vind de fout | Tikt in een zin het woord aan dat niet klopt. | Automatisch |
| Open vraag | Schrijft een antwoord in eigen woorden. | Door jou, in de nakijklijst |
De invulvraag is er speciaal om werk uit je nakijklijst te halen: waar je vroeger een open vraag zou stellen om één woord te controleren, geef je nu een lijstje geaccepteerde antwoorden op.


Wat moet je halen om de cursus te halen?
Dat stel je per cursus in, op de tab Beoordeling. Drie standen:
- Elk onderdeel apart (standaard). Elke toets moet gehaald zijn op zijn eigen slaagnorm en elke inlevering moet voldoende zijn. Wil je de toetsen als oefening, dan zet je één vinkje uit en is de cursus af na de lessen en de inleveringen.
- Eén totaalscore. Elke toets en elk cijfer op een inlevering telt met een gewicht mee in één totaal, en je haalt de cursus als dat totaal op of boven de norm komt — standaard 55%, wat hetzelfde is als een 5,5. Een zwak onderdeel mag dan gecompenseerd worden. Wil je dat begrenzen, dan zet je een ondergrens per onderdeel: met 40 mag niemand een toets of cijfer onder 40% hebben.
- Per module. De toetsen en opdrachten van één module tellen samen tegen de norm van die module; de eindtoets en de inleverpunten buiten de modules tellen samen als één geheel. Je haalt de cursus als je elke module haalt. Het ene blok maakt het andere niet goed.
Gewichten zijn verhoudingen, geen percentages die op honderd moeten uitkomen: 2 telt dubbel zo zwaar als 1, en het scherm rekent er het aandeel bij. Gewicht 0 betekent dat het onderdeel niet meetelt — zo maak je een oefentoets. Alleen toetsen en cijfers geven een getal; een inlevering die je met voldoende of onvoldoende beoordeelt, moet in elke stand voldoende zijn.
De cursist leest op zijn cursuspagina dezelfde zin die jij bij het instellen ziet, met daaronder zijn totaalscore tot nu toe en wat er nog ontbreekt. Verander je het schema terwijl er cursisten bezig zijn, dan wordt de afronding van iedereen meteen herrekend — wie door een lagere norm alsnog slaagt, krijgt het certificaat en de mail.
Waar het ophoudt: een gehaalde toets kun je niet herkansen om je totaal op te krikken, en het totaal staat in procenten — een cijfer in tienden is hetzelfde getal, dus 55% leest als een 5,5.
Wat je per toets instelt
Slaagnorm
Het percentage dat nodig is om te slagen, standaard 70. De uitslag is een percentage van de behaalde punten, niet van het aantal vragen — een zware vraag mag dus zwaarder wegen. Verander je de norm later, dan geldt dat alleen voor pogingen daarna: wie al ingeleverd heeft, houdt de uitslag die hij kreeg. Dat is met opzet, want een uitslag terugdraaien bij iemand die er al bericht over kreeg is erger dan de oude norm laten staan. Het scherm zegt het erbij zodra er pogingen liggen.
Aantal pogingen
Standaard drie. Wie zakt, leest op het uitslagscherm hoeveel pogingen er over zijn en kan de volgende daar meteen beginnen. Is de laatste voorbij, dan blijft de hoogste uitslag staan en zie jij die cursist bovenaan bij de resultaten staan als "zit vast" — met een knop om hém één poging erbij te geven, zonder dat de rest van de groep een extra kans krijgt. Anders dan de slaagnorm werkt dit getal wél meteen op wie er al bezig is: zet je het van drie naar twee, dan kan iemand die er twee gebruikt heeft niet meer verder. Ook dat staat op het scherm voordat je opslaat.
Tijdslimiet
Optioneel, in minuten. Laat je hem leeg, dan is er geen klok. Met een limiet loopt er een teller mee en wordt de poging bij nul ingeleverd zoals hij er dan staat.
Vragen in willekeurige volgorde
Aan of uit. Handig als een groep naast elkaar zit en je niet wilt dat vraag drie bij iedereen vraag drie is. De volgorde ligt vast per poging: wie de pagina herlaadt, ziet dezelfde rij staan.
Antwoordopties in willekeurige volgorde
Een tweede vinkje, los van het vorige. Schudt de opties bínnen een vraag, zodat het juiste antwoord niet bij iedereen op dezelfde regel staat. Ook dit ligt vast per poging, en elke vraag krijgt zijn eigen volgorde — anders staat het antwoord bij vraag één en vraag twee weer op dezelfde plek. **Waar het ophoudt:** het geldt bij *één antwoord* en *meerdere antwoorden*, en verder bij niets. Bij *waar of niet waar* zou omdraaien alleen verwarren, en bij *vind de fout* zijn de opties de woorden van één zin in leesvolgorde — die schudden maakt de vraag onleesbaar. Een volgordevraag, een koppelvraag en een sorteervraag mengen altijd al, ongeacht dit vinkje, want daar zou de opgeslagen volgorde het antwoord verklappen. Staat er geen enkele schudbare vraag in je toets, dan zegt het scherm dat het vinkje daar niets doet.
Antwoorden na afloop tonen
Standaard aan: de cursist ziet na het inleveren wat goed en fout was, met de uitleg die jij bij de vraag én bij de losse antwoordopties hebt geschreven. Uit is zinnig bij een toets die je opnieuw wilt gebruiken — houd er dan rekening mee dat je uitleg dan ook niet gelezen wordt.
Punten per vraag
Standaard één punt. Zet een lastige vraag op drie en hij weegt drie keer zo zwaar in de uitslag.
Gaat open op
Optioneel. Laat je het leeg, dan kan de toets meteen gemaakt worden — zo staat het standaard. Vul je een datum en een tijd in, dan leest de cursist tot dat moment wanneer hij aan de beurt is. Zet je de datum vooruit terwijl iemand met een klok bezig is, dan maakt die zijn poging af; alleen nieuwe pogingen worden tegengehouden. Hetzelfde veld zit op een module — zie [leerwerk](/functies/leerwerk).
Uitleg bij een vraag is de plek waar geleerd wordt
Bij elke vraag kun je een uitleg schrijven die de cursist na het inleveren te zien krijgt. Dat is niet hetzelfde als het juiste antwoord tonen: het juiste antwoord vertelt wat het was, de uitleg vertelt waarom.
Het is de goedkoopste manier om een toets iets te laten opleveren. Een cursist die zakt en alleen een percentage ziet, weet niet wat de volgende stap is. Een cursist die per fout antwoord twee regels uitleg krijgt, kan de volgende poging voorbereiden.
En je kunt het per antwoordoptie doen. Onder elke optie zit een veld voor uitleg bij precies díe keuze. Dat is een ander soort tekst dan de uitleg bij de vraag: "een presentatie is geen verslag" is algemeen, maar "dit lijkt logisch, maar dan leest je publiek mee in plaats van te luisteren" weerspreekt de gedachte die tot dít antwoord leidde. Wie een fout maakt, leest liever waarom zíjn antwoord niet klopt dan wat het juiste was.
De cursist ziet die uitleg bovenaan bij de vraag staan, vóór de algemene uitleg — eerst waarom jouw antwoord niet klopte, dan de les erachter. Ook bij een góed antwoord kun je het invullen: "klopt, en dit is waarom" is net zo bruikbaar.
Waar het ophoudt. Alleen bij de typen waar een cursist een keuze aanklikt: één antwoord, meerdere antwoorden, waar of niet waar. Bij een invulvraag, een volgordevraag, een koppelvraag, een sorteervraag en vind de fout is een "optie" geen gedachte maar een stuk van het antwoord; daar hoort de uitleg bij de vraag. En het valt onder de instelling toon de juiste antwoorden na inleveren — staat die uit, dan zou de uitleg bij een foute optie verklappen welke optie juist was.
Over het opstellen van de vragen zelf — welke afleiders werken en welke niet — staat meer in een online toets opstellen die iets zegt. Voor de norm eronder: een slaagnorm bepalen die niet willekeurig is.
Tijdens de toets weet de cursist waar die staat
Bovenaan loopt een balk mee met het aantal beantwoorde vragen, en bij een tijdslimiet de klok. Onderaan staat niet alleen hoeveel vragen nog open zijn maar ook wélke: de nummers zijn knoppen die naar de vraag springen. Op een telefoon met twintig vragen is dat het verschil tussen inleveren en eerst gaan zoeken.
Een vraag telt pas als beantwoord wanneer hij echt af is. Bij een volgordevraag betekent dat alle rijen op hun plek, bij koppelen elke rij een keuze, bij sorteren elk begrip in een bakje — half ingevuld staat niet op de teller. Ook dat is een keuze om verrassingen bij het inleveren te voorkomen.
En een poging overleeft een verversing. De antwoorden worden onderweg bewaard, dus een tabblad dat wegvalt, een telefoon die op slot gaat of een browser die opnieuw start kost geen half uur werk: de cursist logt in, opent de toets en staat waar hij was. Dat scheelt jou de mail die anders komt — "mijn scherm ging uit, mag ik het opnieuw doen?" — en een poging die je met de hand moet goedmaken.
Boven de vragen staat dan dat hij verder gaat met de poging die hij eerder begon, met hoeveel antwoorden er al lagen en, bij een tijdslimiet, hoeveel tijd er nog is. Dat laatste is de reden dat die regel er staat: wie na twintig minuten terugkomt op een toets van dertig, hoort te weten waaróm er nog tien staan. De melding verdwijnt zodra hij iets wijzigt — dan is hij niet meer aan het hervatten maar gewoon aan het werk.
En komt hij helemaal niet terug, dan blijft zijn werk niet hangen. Een poging met een tijdslimiet die verlopen is, wordt 's nachts nagekeken met de antwoorden die er lagen: de cursist krijgt zijn uitslag, jij ziet hem in je resultaten, en stonden er open vragen in dan komen die op je nakijklijst. Zonder dat zou iemand een half uur werken en er nooit iets voor terugkrijgen.
Twee grenzen, allebei met opzet. Een poging waar niets is ingevuld blijft staan: inleveren kost een van de drie pogingen, en die neem je niet af voor werk dat nooit gedaan is. En een toets zonder tijdslimiet wordt nooit automatisch ingeleverd — die is niet verlopen maar gepauzeerd, en je cursist mag er morgen mee verder.
Waar het ophoudt: het bewaren gebeurt kort ná een wijziging, dus bij een computer die op dat exacte moment uitvalt kan de laatste zin missen. En de klok loopt door: bij een toets met een tijdslimiet is de tijd verstreken die verstreken is — die hangt aan het moment van starten en niet aan hoe lang het scherm openstond. Dat is met opzet, anders is een toets van dertig minuten te rekken door hem tussendoor te sluiten.
De volgorde van de vragen verzet je met twee knoppen
Naast elke vraag staan een pijl omhoog en een pijl omlaag. Een vraag die je als laatste bedacht maar als tweede wilt stellen, klik je omhoog; de nummering loopt meteen mee. Geen slepen: knoppen werken met het toetsenbord en op een telefoon. Elke pijl is 24 bij 24 pixels met ruimte ertussen — de ondergrens die de toegankelijkheidsrichtlijn voor een raakvlak stelt, zodat je op een telefoon niet tussen twee pijlen in prikt.
Dat ordenen raakt niets anders. Pogingen die al ingeleverd zijn, blijven staan zoals ze waren — een antwoord hangt aan de vraag zelf en niet aan zijn plek in de rij, dus er valt niets te herrekenen. Wel wordt een nagekeken poging daarna in de nieuwe volgorde getoond, zodat hij niet anders staat dan de toets. Dat is het verschil met een vraag wegháálen, wat hieronder staat: dát rekent wél opnieuw.
Zet je vragen schudden aan, dan blijft ordenen zinvol. Die instelling schudt per poging, voor de cursist; de volgorde die jij hier neerzet is de volgorde waarin jíj je toets leest en nakijkt.
Een vraag weghalen die al gemaakt is
Merk je na de eerste ronde dat een vraag fout is — een verkeerd gerekend antwoord, een dubbelzinnige formulering — dan haal je hem weg, ook als er al pogingen liggen. De uitslagen worden dan opnieuw berekend over de vragen die overblijven. Die vraag telt niet meer mee in wat iemand haalde en ook niet in wat er te halen was, dus wie op de andere vijf goed zat, staat daarna hoger. Het kan ook de andere kant op: haal je een vraag weg die iemand goed had, dan zakt zijn score.
Dat laatste is de reden dat het formulier je vóóraf vertelt hoeveel pogingen je aanraakt. Een uitslag stil laten veranderen is erger dan een uitslag die verandert.
Twee grenzen. Al uitgegeven certificaten blijven staan — die trek je zelf in als je dat wilt, want dat is een besluit en geen bijwerking. En de laatste vraag van een toets met pogingen kun je niet weghalen: op een toets zonder vragen is nul punten te halen, en dan wordt elke bestaande uitslag 0%. Voeg dan eerst een andere vraag toe, of verwijder de hele toets.
Een vraag bíjstellen werkt precies omgekeerd, en dat is ook opzet. Verhoog je een vraag van vier naar acht punten, dan blijven bestaande pogingen staan zoals ze waren: die zijn tegen de vraag van toen gemaakt, en iemand die vorige maand inleverde kan er niets aan doen dat de vraag nu zwaarder weegt. Elke poging onthoudt daarom wat elke vraag op dát moment waard was, dus de puntenregels blijven optellen tot de score die er staat. Alleen nieuwe pogingen rekenen met de nieuwe punten.
Waar dát ophoudt: wijzig je het juiste antwoord of het vraagtype, dan houden oude antwoorden de beoordeling van toen — en bij een ander vraagtype is niet meer te zien welke optie iemand aankruiste, want die opties bestaan niet meer. Wil je een vraag wezenlijk anders, zet er dan een nieuwe naast en haal de oude weg; dan herrekent Leermanager de uitslagen wél.

Wat er automatisch gebeurt bij het inleveren
- Gesloten vragen worden nagekeken en de punten geteld
- De uitslag wordt berekend als percentage van de haalbare punten
- Geslaagd of gezakt wordt vastgesteld aan de slaagnorm
- Staat er een open vraag in, dan wordt de poging als 'wacht op nakijken' gemarkeerd
- De cursist ziet direct wat er wél al bekend is
Vragen hierover
Op het gratis plan vijf per cursus, op Starter vijfentwintig en op Pro onbeperkt. Een toets kan zoveel vragen bevatten als je wilt.
De poging blijft open staan met de antwoorden die al gegeven zijn. Loopt er een tijdslimiet, dan tikt die door — anders zou de klok niets betekenen.
Ja, en je kiest hoe. Op de tab Beoordeling van een cursus staan drie standen: elk onderdeel apart (elke toets gehaald op zijn eigen slaagnorm, elke inlevering voldoende en elke gepubliceerde presentatie beoordeeld), één totaalscore (toetsen en cijfers tellen met een gewicht mee tegen één norm, standaard 55%), of per module (elke module haalt zijn eigen norm). Bij elk onderdeel apart kun je de toetsen ook oefening maken; dan is de cursus af na de lessen en de inleveringen.
Nee. Een cursist ziet alleen de eigen pogingen. Ranglijsten zitten er niet in en komen er ook niet in; dat hoort bij een quizapp, niet bij een cursus.
Die cursist kan zelf niets meer, en dat weet je zonder een melding: bij de toetsresultaten staat die persoon bovenaan als "zit vast", op de cursistpagina staat bij welke toets, en op je overzicht staat wat je eraan doet. Daar staat ook de knop om hem één poging erbij te geven — alleen voor deze persoon, dus de rest van de groep krijgt geen extra kans op een hoger cijfer. Wil je dat wél voor iedereen, dan verhoog je het aantal pogingen van de toets. De cursist krijgt een mail dat er een poging klaarstaat; heb je geen mailserver ingesteld, dan zegt de knop erbij dat je het zelf moet laten weten. Bij de knop kun je in één regel opschrijven wáárom je hem geeft — optioneel, alleen voor jou en je collega's, en op het dossier van die cursist terug te lezen met de datum en je naam erbij. Bij een verplichte cursus is "waarom kreeg hij er een en zij niet" precies de vraag die een opdrachtgever stelt.
Verder lezen
- Open vragen, ingeleverd werk en presentaties nakijken zonder de rest te herhalenOpen antwoorden, ingeleverde bestanden en gehouden presentaties die op je wachten, op drie tabs van één scherm. Punten per antwoord; een cijfer of voldoende per inlevering en per spreker.
- Een toets maken die iets meetWelk vraagtype waarvoor geschikt is, hoeveel vragen je nodig hebt en hoe je een slaagnorm kiest die niet willekeurig is.
- Een slaagnorm bepalen die niet willekeurig isWaarom zeventig procent de standaard is, wanneer die te laag of te hoog is, en hoe je een norm kiest die je kunt uitleggen.
- Leerwerk: modules, lessen en voortgangBouw je cursus op in modules met lessen. Tekst, video, opdracht of een bijeenkomst met datum en plek, in de volgorde die jij bepaalt. Lesdagen plan je per lichting. Voortgang per les, per cursist.
Kijk eerst rond in een gevulde omgeving
De demo is een volledige omgeving met een echte cursus, twaalf cursisten en hun toetsresultaten. Je hoeft niets in te vullen.


