Een toets maken die iets meet
Een toets maken is snel. Een toets maken die iets meet, kost nadenken over twee dingen: wat je wilt weten, en welk vraagtype dat kan vaststellen.
Bijgewerkt 4 augustus 2026
De stappen
Bepaal wat je wilt vaststellen
5 minSchrijf in één zin op wat iemand moet kunnen. Alle vragen gaan daarover; wat er niet onder valt, hoort in een andere toets of nergens.
Kies per vraag het passende type
—Een procedure met een vaste orde wordt een volgordevraag. Een term bij een omschrijving wordt een koppelvraag. Eén woord dat moet kloppen wordt een invulvraag, niet een open vraag.
Schrijf een uitleg bij elke vraag
de helft van het werkTwee regels waarom het antwoord is wat het is. Die krijgt de cursist na het inleveren te zien, en het is het enige deel van een toets waar geleerd wordt.
Zet punten waar het zwaar weegt
2 minStandaard krijgt elke vraag één punt. Een vraag die de kern raakt mag drie punten krijgen; de uitslag is een percentage van de punten, dus dat werkt meteen door.
Stel slaagnorm, pogingen en tijd in
1 minStandaard 70 procent en drie pogingen, geen tijdslimiet. Verander dat pas als je een reden hebt; standaardwaarden die je niet begrijpt, zijn beter dan instellingen die je op gevoel hebt gezet. Werk je met een groep die in een tempo loopt, dan zet je bij "Gaat open op" vanaf wanneer de toets te maken is — leeg laten betekent meteen.
Zet de vragen in de volgorde die je wilt
1 minEen nieuwe vraag komt altijd onderaan. Met de pijlen links van elke vraag zet je hem op zijn plek — een makkelijke vraag vooraan werkt beter dan een die meteen afschrikt. Dit mag ook nog als de toets al gemaakt is: ordenen verandert geen enkele uitslag, want een antwoord hangt aan de vraag en niet aan zijn plek in de rij.
Maak de toets zelf, als cursist
5 minOpen de toets via Bekijk als cursist en start een proefpoging: dezelfde vragen, dezelfde klok en dezelfde nabespreking als je groep, maar er wordt niets opgeslagen — er komt geen poging bij de resultaten en hij telt niet mee in de pogingen. Wil je ook de uitnodigingsmail en de resultatenkant zien, nodig jezelf dan uit op een tweede e-mailadres en lever echt in. Dit is de stap die de meeste fouten vindt.

Welk vraagtype waarvoor
| Wat je wilt weten | Vraagtype | Waarom |
|---|---|---|
| Kent iemand het juiste begrip? | Eén antwoord | Snel, ondubbelzinnig, en de afleiders vertellen je waar de verwarring zit. |
| Kan iemand meerdere risico's benoemen? | Meerdere antwoorden | Alles moet goed voor de punten, dus half gokken levert niets op. |
| Klopt een bewering wel of niet? | Waar of niet waar | Geschikt om misvattingen te toetsen. Gebruik het spaarzaam: de gokkans is de helft. |
| Weet iemand de exacte term of het exacte getal? | Invulvraag | Wordt automatisch nagekeken tegen jouw lijst geaccepteerde antwoorden. Zet er ook de veelvoorkomende schrijfwijzen in. |
| Kent iemand de juiste orde van een procedure? | Zet in de juiste volgorde | Het enige type dat orde meet. Een meerkeuzevraag over stap drie meet dat niet. |
| Kan iemand begrippen aan omschrijvingen koppelen? | Koppelen | Vervangt vijf losse meerkeuzevragen door één vraag, en gokken is veel moeilijker. |
| Kan iemand gevallen in de juiste categorie plaatsen? | Sorteren in bakjes | Slepen naar bakjes, met meerdere begrippen per bakje. Geschikt voor wel/niet-onderscheid: melden of niet, afval bij restafval of chemisch. |
| Ziet iemand wat er fout is in een zin of een regel? | Vind de fout | De cursist tikt het foute woord aan. Toetst herkennen in context — dat meet iets anders dan de regel kunnen opzeggen. |
| Kan iemand het uitleggen of afwegen? | Open vraag | Het enige type dat je zelf nakijkt. Gebruik het waar het antwoord echt niet te voorspellen is. |

Hoeveel vragen
Tien tot vijftien voor een eindtoets
Genoeg om geluk uit te vlakken, kort genoeg om in een kwartier af te maken. Onder de acht vragen beslist één fout te veel over de uitslag.
Drie tot vijf voor een tussentoets
Een tussentoets is een controle, geen examen. Hang hem aan de module en houd hem zo kort dat niemand hem overslaat.
Vragen hierover
Alleen als je groep fysiek naast elkaar zit. Bij een toets die mensen thuis maken, voegt het niets toe en maakt het jouw eigen nakijkwerk onoverzichtelijker.
Nee, het is een tweede vinkje. Vragen schudden verzet de vragen; antwoordopties schudden verzet de opties bínnen een vraag, zodat het juiste antwoord niet bij iedereen op dezelfde regel staat. Naast elkaar in een zaal is dat het vinkje dat het meeste doet, want meekijken gaat sneller op een regelnummer dan op een tekst. Het geldt bij één antwoord en meerdere antwoorden; bij waar of niet waar en vind de fout niet, en volgorde-, koppel- en sorteervragen mengen sowieso al.
Drie werkt in de praktijk. Eén poging maakt van een leermiddel een examen; onbeperkt pogingen maakt van een toets een klikoefening tot het goed is.
Ja, in bijna alle gevallen — daar zit de leerwinst. Zet het uit als je dezelfde toets bij een volgende lichting opnieuw gebruikt en niet wilt dat de antwoorden rondgaan.
Verder lezen
- Toetsen met 9 vraagtypen, 8 automatisch nagekeken9 vraagtypen, waarvan 8 automatisch nagekeken. Slaagnorm, aantal pogingen en tijdslimiet stel je per toets in.
- Een slaagnorm bepalen die niet willekeurig isWaarom zeventig procent de standaard is, wanneer die te laag of te hoog is, en hoe je een norm kiest die je kunt uitleggen.
- Een online toets opstellen die iets zegtHoe je toetsvragen opstelt die kennis meten in plaats van leesvaardigheid. Met de vier fouten die het vaakst voorkomen.
- Lessen schrijven die op een telefoon te lezen zijnHoe je een les indeelt, hoeveel erin past en welke Markdown-opmaak je echt nodig hebt. Met de opmaakregels op één rij.
Kijk eerst rond in een gevulde omgeving
De demo is een volledige omgeving met een echte cursus, twaalf cursisten en hun toetsresultaten. Je hoeft niets in te vullen.

